Het gebeurt niet even abrupt als de virusverspreiding, maar het zet systemen onder druk zet die daar (nog) niet op ingericht zijn. “Net als bij COVID is deze technologie zonder tussenkomst van de overheid ontwikkeld en losgelaten op de samenleving,” zegt Thewissen. “Dat maakt het lastig om tijdig en goed te reageren.” Die ervaring werkt door in het huidige beleid. Waar tijdens corona virologische inzichten domineerden, probeert OCW nu breder te kijken. Met een Chief Science Advisor voor AI en input van meerdere disciplines wil het ministerie voorkomen dat het opnieuw vanuit een te smalle probleemanalyse vertrekt.

Tim Schokker werkt sinds 2008 bij OCW en houdt zich bezig met strategische onderwerpen, waaronder de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt en de strategische agenda van het ministerie.

Paul Thewissen werkt bij de directie Kennis & Strategie van het ministerie van OCW, waar hij zich bezighoudt met de impact van AI op onderwijs en onderzoek. Eerder was hij hoofd mediabeleid bij OCW en werkte hij bij Economische Zaken aan innovatiebeleid.
Een mismatch die langzaam zichtbaar wordt
AI vergroot volgens Schokker de kloof tussen het onderwijs en arbeidsmarkt, maar op een langzaam tempo: bedrijven experimenteren volop, maar echte implementatie kost tijd. “Schaduwgebruik gaat sneller dan structurele inbedding,” zegt hij. “Voordat organisaties erop vertrouwen dat het werkt, ben je een stuk verder.”
Toch tekent de richting zich af. Nederland heeft met zijn sterk beroepsgerichte onderwijssysteem traditioneel een goede aansluiting op de arbeidsmarkt. Tegelijk maakt juist dat systeem het kwetsbaar voor snelle verschuivingen. Vooral op mbo-niveau kan de druk toenemen. Als hoger opgeleiden hun weg naar passende functies minder makkelijk vinden, verschuift de concurrentie naar beneden. Daar staat tegenover dat sectoren als zorg, techniek en bouw juist kampen met aanhoudende tekorten. Fysiek en praktisch werk blijft schaars en daarmee waardevol.
Van diploma naar vaardigheid
AI versnelt een ontwikkeling die al langer gaande is: de relatieve waarde van diploma’s neemt af, die van vaardigheden toe. OCW werkt samen met onder andere het ministerie van Sociale Zaken, UWV en het bedrijfsleven aan een gemeenschappelijke skillstaal. Wat zegt een diploma nog als het leerproces zelf verandert? “Hoe weet je nog dat iemand kan schrijven als een taalmodel meeschrijft?” vraagt Schokker zich af. Die vraag houdt ook werkgevers bezig.

Is leren met AI een verrijking?
De belofte van AI in het onderwijs is groot. Gepersonaliseerd leren, directe feedback, maatwerk op schaal. Tegelijkertijd schuurt dat met de sociale functie van onderwijs. Thewissen: “In een klas leer je niet alleen de stof, maar ook van elkaar. Als we te ver doorschieten in individualisering, verliezen we iets belangrijks.”
Daarnaast groeit in de literatuur de aandacht voor ‘cognitieve offloading’: het uitbesteden van denkwerk aan technologie. Wat gebeurt er vervolgens met kritisch denkvermogen en creativiteit als die processen minder vaak worden geoefend? Daar is nog geen eenduidig antwoord op, maar de richting is in ieder geval duidelijk: technologie verandert niet alleen wat we doen, maar ook hoe we denken.
Ook de impact op kansenongelijkheid kan groot zijn. Niet iedere leerling of student heeft dezelfde toegang tot technologie of dezelfde begeleiding in het gebruik ervan. Die verschillen ontstaan deels thuis, maar ook buiten het zicht van het onderwijs. “Je zult maar een kind zijn in een gezin zonder digitale middelen,” zegt Thewissen. “Dan begin je al met een achterstand die moeilijk is in te halen.”
Nederland als proeftuin
Er is ook goed nieuws. Via groeifondsprogramma’s wordt in Nederland actief geëxperimenteerd met AI-tools die in samenwerking met wetenschap en bedrijfsleven worden ontwikkeld. Thewissen geeft aan dat er al vele tientallen prototypes zijn gemaakt en een methodiek is ontwikkeld hoe je dat samen met bedrijfsleven (ook startups) en wetenschappers doet. “Wij denken dat we daarmee redelijk vooroplopen in Europa. Dat merken we aan de manier waarop andere landen ons benaderen.”

De Europese Commissie stimuleert Nederland om een voortrekkersrol te nemen in het opzetten van een publieke digitale infrastructuur voor AI in het onderwijs. Partijen als SURF en Kennisnet bieden functionaliteiten die in andere EU-lidstaten niet bestaan, bijvoorbeeld digitale diensten uitserveren die voldoen aan onze publieke waarden. Het gaat niet alleen om nuttige AI tools, maar ook om data-soevereiniteit en onafhankelijkheid van grote techbedrijven. Een punt waar Nederland bewust anders opereert dan bijvoorbeeld India of de Verenigde Staten.

Thewissen waarschuwt ondertussen wel voor wat hij noemt ‘handelingsverlegenheid’: iedereen voelt dat er iets moet gebeuren, maar niemand weet precies wie de regie moet nemen. Er circuleren inmiddels vele tientallen verschillende handreikingen voor AI-gebruik in het onderwijs. “Veel partijen voelen zichzelf capabel genoeg om hier iets over te zeggen, maar als departement horen wij te weten wat onzin is en wat verstandig.”
De constante factor: kritisch denken
Als er één rode draad is, dan is het het belang van kritisch denken. “Die zelfredzaamheid ontwikkel je niet door alleen met technologie te werken,” zegt Schokker. “Daarvoor heb je onderwijs nodig. En goede docenten.”

Het beeld dat oprijst uit het gesprek met Thewissen en Schokker is er een van verandering, maar zonder doemscenario. De richting is onzeker, de impact groot, maar niet onbeheersbaar. “Maak ik me zorgen? Nog niet,” zegt Schokker. “Maar het is ook niet vanzelfsprekend dat het goed gaat.”
Meer lezen?






















