De opzet van het rapport is allereerst onderscheidend. Internationale studies, Nederlandse arbeidsmarktdata en interviews met een brede groep experts vormen het geheel, met als centrale bevinding: we hebben te maken met een arbeidsmarkt die anders gaat werken, maar nog niet weet hoe ze moet opleiden.

Wat zegt de stijgende jeugdwerkloosheid?
Laten we beginnen met de belangrijkste conclusie uit het rapport: er is geen hard bewijs dat AI op dit moment de oorzaak is van massaal baanverlies onder jongeren.

Veel van de stijgende jeugdwerkloosheid in Nederland is beter te verklaren door economische afkoeling dan door technologie. Denk aan rente, geopolitiek en simpelweg een arbeidsmarkt die na de kraptejaren weer normaliseert. Maar dat betekent niet dat we achterover kunnen leunen.
Minder instapmogelijkheden en hogere eisen
Internationale en Nederlandse data laten zien dat bedrijven minder junioren aannemen, vooral in kennisintensieve sectoren zoals marketing, juridische dienstverlening en administratie. AI neemt juist die taken over waar starters traditioneel hun vlieguren maken. Want als AI het basiswerk kan doen, waarom zou je dan nog een junior aannemen? Het gevolg is een verschuiving naar een arbeidsmarkt met minder instapmogelijkheden en hogere eisen.
AI als excuus
Een belangrijke lijn in het rapport is het onderscheid tussen technologische impact en gedrag. Die twee lopen niet gelijk aan elkaar. In de praktijk blijkt het gebruik van AI nog relatief beperkt. Zelfs in beroepen waar de theoretische toepasbaarheid hoog is, wordt slechts een deel van de taken daadwerkelijk door AI ondersteund. Dat betekent niet dat er niets verandert, want werkgevers zijn wel aan het anticiperen.
Laura Bas, Gen-Z expert: “Ik denk dat AI voor bedrijven een handig alibi is. Ze praten er veel over, maar in de praktijk valt het gebruik reuze mee. De meeste organisaties experimenteren wat met tools, maar structurele toepassing is zeldzaam.”
Ze kijken vooruit, schatten in wat er mogelijk gaat gebeuren en passen hun wervingsbeleid daarop aan. Dat betekent minder junioren, meer ervaren krachten. Hogere eisen aan instroom. Reageren op een toekomst die nog niet helemaal hier is, maar waarvan de contouren al wel het gedrag bepalen. Dat voelt voor starters als een dichte deur. Voor werkgevers is het vooral een rationele keuze in een onzekere context. Sommige experts in het rapport noemen AI zelfs een “handig alibi”.
Maak dit niet een probleem van de individuele starter
Geeft een starter aan er niet tussen te komen? Dan is onze reflex waarschijnlijk snel het probleem te individualiseren. ‘Je moet je beter profileren’ of ‘harder zoeken’… Maar deze adviezen schieten tekort als de context de spelregels bepaalt.

Het gesprek met jongeren moet daarom ruimte geven aan de frictie die zij ervaren. Een gesprek waarin positionering niet alleen gaat over het vinden van de juiste functie, maar over het vertalen van vaardigheden naar een arbeidsmarkt die minder duidelijke ingangen biedt. En misschien ook een gesprek waarin het idee van een lineair begin van een loopbaan, eerst een juniorrol, dan doorgroeien, verandert.
Maken we dat concreet, dan kun je als loopbaanprofessional in ieder geval deze tips uit het rapport halen:
- Herdefinieer instapniveau als fase van ontwikkeling
- Focus op leervermogen in plaats van startkwalificaties
- Help cliënten navigeren in onzekerheid
- Maak AI onderdeel van het gesprek
Bereid je voor op de toekomst
Wie met starters werkt, doet er goed aan het rapport te lezen. Je komt er niet uit met één oplossing voor het ‘probleem van de starter’, maar je begrijpt wel meer van de onderliggende dynamiek. Belangrijk, want herken je de transitie op tijd? Dan kun je ermee werken en jongeren begeleiden in wat ze nodig hebben.















