Sterker nog: wie de oorzaken op een rij zet, ziet al snel dat het probleem dieper zit.
Meer belasting, minder speelruimte
Tiggelaar baseert zich op cijfers van onder meer HumanCapitalCare en ArboNed. Daaruit blijkt dat stress inmiddels goed is voor ruim een kwart van alle ziektedagen. Op zichzelf al een stevig cijfer, maar vooral de verdeling valt op

De verklaring? Die ligt volgens verschillende studies in een combinatie van factoren die opvallend vaak samenkomen bij vrouwen: meer belasting, minder beloning en minder regelruimte.
#1 Uitputtend werk is zelden genderneutraal
Neem de sectoren waarin veel vrouwen werken: onderwijs, zorg, dienstverlening. Werk dat bekendstaat als betekenisvol, maar ook als intensief. Hoge taakeisen, weinig autonomie, en vaak een flinke emotionele component. Wie ooit een dag heeft meegelopen in een klaslokaal of op een verpleegafdeling, weet dat de pauzes er vooral op papier zijn.
Opvallend is dat het verzuim in deze sectoren voor iedereen hoog ligt, maar dat vrouwen er simpelweg veel vaker werken. En dus ook vaker uitvallen.
#2 De rekening van ongelijkheid
Daar komt bij dat vrouwen gemiddeld minder verdienen. Ja, ze werken vaker in deeltijd, maar ook per uur ligt het salaris lager. “Dat verschil blijft bestaan, zelfs als je corrigeert voor functie en ervaring”, schrijft Tiggelaar. Het gaat hierbij om ongeveer 10 procent. Op jaarbasis en over een hele loopbaan tikt dat stevig aan en financiële druk vertaalt zich nu eenmaal snel naar mentale druk.

#3 Psychische klachten komen vaker voor
Een ander verschil zit in gezondheid. Vrouwen rapporteren vaker fysieke en psychische klachten dan mannen. Dat wordt nog weleens weggezet als ‘logisch’, met verwijzingen naar hormonale factoren.
Maar daarmee is het verhaal niet compleet. Medisch onderzoek is historisch lange tijd op mannen gericht geweest, waardoor klachten bij vrouwen minder snel worden herkend of serieus genomen. Met andere woorden: niet alleen de klachten zelf, maar ook de manier waarop ermee wordt omgegaan, speelt een rol.
#4 Werk stopt niet bij de voordeur
Ook (en misschien wel vooral) buiten kantoor zit een hardnekkige factor. Want ook in huishoudens waar beide partners werken, ligt een groot deel van de zorgtaken nog steeds bij vrouwen. En zelfs als het uitvoerende werk redelijk verdeeld is, blijft de organisatie (plannen, onthouden, vooruitdenken) vaak bij één persoon hangen. Die ‘mentale load’ laat zich lastig meten, maar wordt in onderzoek steeds vaker genoemd als belangrijke stressfactor.

#5 Ongewilde taken
Op de werkvloer speelt iets vergelijkbaars. Vrouwen krijgen vaker taken toebedeeld die wel nodig zijn, maar weinig bijdragen aan hun loopbaan. Denk aan nieuwe collega’s begeleiden, teamactiviteiten organiseren of interne stukken schrijven. Je bent er druk mee, maar ze komen zelden terug in een beoordelingsgesprek.
Binnen organisaties wordt dit fenomeen ook wel aangeduid als non-promotable tasks. En wie er eenmaal bekend om staat dat ze dit soort werk oppakt, krijgt er vaak alleen maar meer van.
#6 Grenzen worden overschreden
Een moeilijk te negeren factor: grensoverschrijdend gedrag. In sectoren als zorg en horeca komt het relatief vaak voor en vrouwen hebben er aantoonbaar vaker mee te maken dan mannen. Dat kan variëren van ongepaste opmerkingen tot agressie. Het effect laat zich raden: minder werkplezier, meer spanning, en in sommige gevallen uitval.

#7 Vooroordelen die blijven hangen
Tot slot zijn er de minder zichtbare mechanismen. Onderzoek laat zien dat vrouwen nog altijd anders worden beoordeeld dan mannen met een vergelijkbare achtergrond. Ze moeten zich vaker bewijzen, krijgen minder snel het voordeel van de twijfel en lopen tegen extra barrières aan zodra er sprake is van moederschap.
Tussen de oren of in het systeem?
Alle zeven factoren zijn lastig te herleiden tot één oorzaak. Niet vaak gaat het om één baan, één keuze of één moment. Het is eerder een optelsom. Toch brengen we verzuim nog vaak terug tot het individu. “Het zit tussen de oren”, klinkt het dan. In zekere zin klopt dat natuurlijk, want stress speelt zich immers af in het hoofd. Maar dat betekent niet dat de oorzaak daar ook ligt.
Veel van deze patronen komen vroeg of laat ook terug in begeleidingstrajecten. Ze zitten soms verstopt onder vragen over werkdruk, twijfels over doorgroeien of het gevoel vast te zitten. Maar kijk je goed, dan zie je vaak meer dan een individuele hulpvraag. Maak ze zichtbaar in een gesprek.
4 tips om de factoren te herkennen
1. Luister naar wat níét expliciet over werk gaat
Veel van deze stressfactoren zitten verstopt in zinnen die eigenlijk over iets anders gaan. Let bijvoorbeeld op uitspraken als: “Thuis is het ook best druk” of “Het voelt alsof het nooit af is”. Dit zijn vaak signalen van mentale load of dubbele belasting. Vraag hier op door, maar zonder het meteen te problematiseren. Bijvoorbeeld: “Waar zit voor jou de meeste ‘denkdruk’ op een dag?”
2. Check of inspanning en beloning in balans zijn
Denk aan vragen als “Welke taken leveren je echt iets op in je loopbaan?” Vind je daar een mismatch? Dan heb je vaak te maken met non-promotable tasks of scheve waardering.
3. Let op normalisering van ongezonde situaties
Een belangrijke valkuil: cliënten die structurele problemen als ‘normaal’ beschouwen. Direct corrigeren is niet nodig, maar voorzichtig spiegelen kan helpen. “Als je het zo vertelt, klinkt het behoorlijk intens. Hoe houdbaar is dit voor je?”
4. Herken terughoudendheid bij grenzen stellen
Veel vrouwen ervaren (terecht) meer sociale druk bij het weigeren van werk of het uitspreken van grenzen. Signalen zijn de bekende moeite met nee zeggen, taken erbij krijgen of veel verantwoordelijkheid voelen voor harmonie in een team. Vraag hier expliciet naar.







