Wie een zestigplusser het werk makkelijker wil maken, doet hem daar zelden een plezier mee. Die boodschap haalt hoogleraar Naomi Ellemers (Universiteit Utrecht) uit Nederlands onderzoek, in een opiniebijdrage in Het Financieele Dagblad. Ze baseert zich op het themanummer ‘Leeftijd op het werk’ van het wetenschappelijke tijdschrift Gedrag & Organisatie, waarvan dit jaar twee delen verschenen. Haar conclusie: of mensen kunnen en willen doorwerken, hangt vooral af van hoe hun werk is ingericht en welke kansen ze krijgen. Leeftijd heeft daar weinig mee te maken.
Ontzien is de norm
De kans is groot dat je cliënt het tegenkomt, want in 124 van de 149 onderzochte cao’s staan ontziemaatregelen, bleek al uit een overzicht van cao-afspraken uit 2024. Meestal gaat het om extra verlof of een kortere werkweek. Volgens een peiling van werkgeversvereniging AWVN onder 148 leden groeit het gebruik de komende vijf jaar ook nog eens.
De zorg laat zien wat dat doet. Onderzoekers volgden 1.178 zorgmedewerkers en bevroegen hen twee keer, met een halfjaar ertussen. Door iets nieuws te leren of collega’s om advies te vragen scoorden werknemers hoger op vakbekwaamheid en vitaliteit.

Job crafting in de gezondheidszorg: De rol van leeftijd in de relaties tussen job crafting en duurzame loopbanen
Wie het werk juist minder belastend maakte door lastige taken te schrappen, ging achteruit op zowel vakbekwaamheid als op werkvermogen en vitaliteit. Dat hadden de onderzoekers zelf niet verwacht. Leeftijd maakte in beide gevallen geen verschil. Een onderscheid dat je in gesprekken goed kunt gebruiken, want vertelt jouw cliënt dat hij het lastige werk tegenwoordig aan anderen laat, vraag dan wat hij ervoor in de plaats zet.
Meer vertrekgedachten
Hetzelfde patroon zie je bij 101 windturbinetechnici, mensen met fysiek zwaar werk op grote hoogte. Kregen zij ontwikkelkansen en aandacht voor gezond blijven werken? Dan dachten ze minder vaak aan vertrekken. Dat gold voor technici onder de 45 even sterk als voor hun oudere collega’s.
Maatregelen om mensen te ontzien hingen juist samen met méér vertrekgedachten. Wat bedoeld is als zorg, kan dus aankomen als een eerste stap richting de uitgang. Bij een aanbod als deze is het daarom goed om in gesprek te blijven over hoe iets aankomt bij jouw cliënt. Is het steun of juist een teken dat er minder op diegene wordt gerekend?
Een advies om ‘rustiger aan te doen’ kan precies de energie wegnemen die iemand aan het werk houdt.
Minder uren tegen gunstige voorwaarden
Daarmee is niet elke seniorenregeling een slecht idee. Neem het generatiepact, waarmee oudere werknemers minder uren werken tegen gunstige voorwaarden. Klaske Veth (Hanzehogeschool Groningen) en Tinka van Vuuren (Open Universiteit) onderzochten in 2020 vijf organisaties: twee gemeenten, twee provincies en een zorginstelling. Deelnemers voelden zich fitter en gemotiveerder, beschreef Binnenlands Bestuur.
Opvallend is waar dat aan lag. Ze werkten minder, maar hun taken veranderden ook. Ze droegen kennis over, werkten vaker samen met jongere collega’s en zagen hun vakbekwaamheid groeien. De onderzoekers noemen dat vitaliseren, naast verlichten.
Overweegt je cliënt zo’n regeling, vraag dan wat er met de inhoud van zijn werk gebeurt: welke taken blijven en wat hij nog wil leren. Het aantal uren is maar de helft van het verhaal. Eigen regie telt daarbij zwaar. Onder 240 gepensioneerden voorspelden persoonlijke waarden niet wie doorwerkte. Meer keuzeruimte betekende meer uren werken.
Ook de begeleider kijkt gekleurd
Het eerste deel van het themanummer houdt professionals zelf een spiegel voor. Uit onderzoek onder arbeidsdeskundigen blijkt dat ook zij vooroordelen over ouderen hebben. Die zijn sterker bij deskundigen van 50 jaar of jonger, en bij wie zelf graag eerder stopt met werken.
Aan de werkgeverskant speelt hetzelfde. In een experiment met 239 recruiters kregen oudere vrouwelijke sollicitanten op basis van hun LinkedIn-profiel een lagere geschiktheidsscore dan even gekwalificeerde jongere vrouwen. Een aanbeveling op het profiel hielp beide groepen. Een cliënt die na zijn zestigste nog wil overstappen, heeft dus iets aan een oud-collega die daar zijn vakkennis en manier van samenwerken beschrijft.

Jongere collega’s zien de waarde wel
Jonge medewerkers zien overigens wel degelijk meerwaarde in de samenwerking met oudere collega’s. Dat blijkt uit de Randstad Workmonitor 2026: ruim driekwart van de onderzochte medewerkers in Nederland – net als in andere landen – vindt het belangrijk om met verschillende leeftijdsgroepen samen te werken.
Medewerkers van alle leeftijden geven aan dat dit hun werk productiever maakt, en ook werkgevers erkennen dat generaties veel aan elkaar hebben. Dat beeld sluit aan bij wat ook wordt gezien in jonge organisaties, waar 50-plussers vaak juist onmisbaar blijken.
Leeftijd telt soms wel
Twee kanttekeningen. Het gaat om vragenlijstonderzoek dat samenhang laat zien, geen oorzaak, en de studie onder windturbinetechnici telde maar 101 deelnemers. In diezelfde studie hing ontzien bij 45-plussers bovendien ook zwak samen met meer bevlogenheid. Helemaal eenduidig is het beeld dus niet.

Voor jou als coach telt vooral hoe je cliënt het zelf beleeft. Voelt hij zich afgeschreven of denkt hij dat zijn kennis verouderd is? Wie dat vroeg opmerkt, kan er nog iets mee.







