Gelukkig zien veel Nederlanders kansen in AI: 57 procent verwacht dat AI de productiviteit verhoogt. Maar tegelijkertijd verwacht ook 64 procent dat AI leidt tot verlies van kennis en vaardigheden, en denkt bijna de helft dat banen kunnen verdwijnen. Hoe realistisch zijn deze verwachtingen?
De impact van AI voelt groot
Technologische veranderingen hebben altijd gevolgen gehad voor werk. Maar AI verschilt volgens Van der Hoek op een belangrijk punt van eerdere innovaties. “Wat AI wel bijzonder maakt, is dat het nu ook kenniswerk raakt. Technologie veranderde eerder vooral fysiek of routinematig werk, maar AI kan ook schrijven, analyseren en programmeren ondersteunen. Daardoor voelt de impact voor veel mensen directer.”

Dat gevoel zie je ook terug in de cijfers van het CBS. Inmiddels gebruikt 43 procent van de werkenden AI bij het werk. Tegelijk verwacht 70 procent dat het gebruik de komende jaren verder zal toenemen. Toch betekent meer AI volgens Van der Hoek niet automatisch minder banen. “In bijna elk beroep zit een mix van routinetaken, analytisch werk en sociaal werk. AI neemt een deel van die taken over, dus het werk verschuift.”
Verdwijnt kennis door AI?
Een van de opvallendste resultaten uit het CBS-onderzoek is de angst voor het verdwijnen van vaardigheden. Maar liefst 64 procent van de ondervraagden denkt dat mensen door AI minder kennis en vaardigheden ontwikkelen. Die zorg is volgens Van der Hoek deels terecht. “Wanneer technologie bepaalde taken overneemt, gebruiken mensen sommige vaardigheden minder. Denk bijvoorbeeld aan standaardteksten schrijven of informatie zoeken.”

Technologie heeft historisch gezien nog nooit alleen vaardigheden laten verdwijnen. “Kijk je naar de geschiedenis, dan zie je dat technologie vrijwel altijd nieuwe vaardigheden belangrijker maakt. Ook dat zie je nu gebeuren. Het wordt bijvoorbeeld belangrijker om problemen goed te formuleren, AI-output kritisch te beoordelen en technologie te combineren met menselijk oordeel en context. Met andere woorden: het zwaartepunt verschuift van uitvoeren naar begrijpen, beoordelen en sturen.”
De eerste fase van AI op het werk
Hoewel het gebruik van AI snel groeit, zitten we volgens Van der Hoek nog maar aan het begin van de echte veranderingen op de arbeidsmarkt. “We zien nu vooral individueel gebruik: mensen gebruiken AI voor specifieke taken zoals schrijven, samenvatten of programmeren. Dat is eigenlijk de eerste fase van adoptie.”
“Organisaties, regelgeving en opleidingen moeten zich aanpassen”
Dat beeld sluit aan bij het CBS-onderzoek, waarin veel respondenten aangeven AI vooral te gebruiken voor concrete taken. De volgende stap heeft volgens Van der Hoek meer impact. “De echte verandering komt wanneer AI structureel in werkprocessen en organisaties wordt geïntegreerd. Denk aan besluitvorming, planning, analyse of klantenservice.”
Maar zulke veranderingen gaan vaak minder snel dan technologische ontwikkelingen zelf. “Organisaties, regelgeving en opleidingen moeten zich aanpassen. Daardoor duurt het meestal langer voordat technologie echt structureel het werk verandert.”
Technologie bepaalt niet alles
De cijfers uit het CBS-onderzoek laten zien dat veel mensen verwachten dat AI banen laat verdwijnen. Toch ziet Van der Hoek dat in de praktijk vaak anders uitpakken. “AI wordt vooral ingezet om werk sneller te doen. Dat kan wel betekenen dat organisaties anders gaan aannemen.” Dat heeft vooral aan de onderkant van bepaalde functieladders gevolgen.“Bijvoorbeeld minder instroom in functies die vooral uit routinetaken bestaan. Daardoor kunnen bepaalde junior functies onder druk komen te staan.”
Een laatste belangrijk punt: technologie bepaalt niet automatisch hoe de arbeidsmarkt eruit gaat zien.“Keuzes van organisaties, beleid, onderwijs en werknemers zelf spelen vooral een grote rol.” Dat maakt de discussie over AI uiteindelijk misschien wel minder technologisch dan vaak wordt gedacht.







