Het is waarschijnlijk wat ruim geschetst, maar volgens O’Donnell verwacht 60% van de werknemers dat hun werkgever hen begeleidt in AI-gebruik. Ze stelt in de populaire recruitmentpodcast Chad & Cheese daarnaast dat 100% van de werkgevers de verantwoordelijkheid vooral bij de professionals zelf legt.

Zitten werknemers té stil?
O’Donnell baseerde zich onder meer op recent onderzoek van Anthropic (het bedrijf achter AI-model Claude), dat in kaart bracht welke beroepen het meest worden geraakt door AI. Met name hoger opgeleide, beter betaalde kenniswerkers in sectoren als IT, finance, juridisch en administratie lopen het meeste risico. Het gat tussen wat AI theoretisch al kan en wat werknemers in de praktijk ermee doen is enorm. In computer- en wiskundeberoepen kan AI theoretisch gezien 94% van de taken overnemen, maar in de praktijk gebeurt dat bij slechts 33%.
Het probleem: werknemers zitten stil te wachten tot hun werkgever hen vertelt wat ze moeten leren. En werkgevers zijn ondertussen druk bezig met reorganiseren en zoeken naar mensen die al met AI kunnen werken. Zoals O’Donnell het scherp verwoordde: “We betalen je. Zoek het uit. En ondertussen gaan we op zoek naar mensen die al laten zien dat ze AI inzetten.”

Gelukkig denkt in Nederland ongeveer de helft van de werkgevers dat werknemers door AI andere scholing nodig hebben, zo blijkt uit onderzoek van UWV. Daarvan biedt 70% ook daadwerkelijk cursussen aan.

En gebruiken werkgevers AI, dan begeleidt ongeveer 60% hun werknemers hierbij.Overigens gaat het daarbij wel vaak over werkgevers uit de sectoren informatie en communicatie, overheid en specialistisch zakelijke dienstverlening. Werknemers leren vooral van elkaar. Ruimte voor ontwikkeling in begeleiding dus, want daar zit de groei.
Combineer jarenlange ervaring met een visie op AI
Interessant genoeg laat het Anthropic-onderzoek ook zien dat de impact van AI nog relatief beperkt is. Er is vooralsnog geen massale werkloosheid in de meest blootgestelde beroepen. Maar er zijn wél signalen dat het aannemen van jongere werknemers in deze beroepen vertraagt. Dat is een patroon dat ook andere studies bevestigen.

Gelukkig ziet O’Donnell dat professionals die investeren in hun AI-vaardigheden de banen krijgen. En opvallend genoeg zijn het niet per se de jongeren die hierin vooroplopen. Oudere professionals die hun jarenlange ervaring combineren met een visie op AI, blijken bijzonder sterk. Zij kunnen op basis van hun kennis verhalen vertellen, problemen duiden en oplossingen bedenken die jonge AI-enthousiastelingen vaak nog missen.
“Je moet het brein achter de bots zijn”
O’Donnell deelde een mooi voorbeeld uit haar eigen praktijk. Een van haar cliënten solliciteerde bij een Fortune 100-bedrijf. Na het sollicitatiegesprek kreeg ze te horen dat ze de enige kandidaat was die de interviewvragen beantwoordde met concrete, theoretische oplossingen voor hoe het bedrijf AI kon inzetten. Het bedrijf gaf eerlijk toe: “We weten zelf nog niet alle antwoorden, maar we hebben iemand nodig die binnenkomt en vanuit haar eigen expertise meedenkt over AI-gebruik.”
Aangenomen vanwege haar lef om vakkennis te combineren met een visie op AI. O’Donnell: “Je moet het brein achter de bots zijn.” En het laat zien hoe belangrijk het is cliënten te leren zelf het initiatief te nemen. Doe dat bijvoorbeeld door de volgende punten mee te nemen in jouw begeleiding:
#1 Ken de AI-tools in je vakgebied
Adviseer cliënten om niet alleen te ‘spelen met ChatGPT of Claude’, maar om gericht te onderzoeken welke AI-tools er in hun sector bestaan. Een marketeer moet weten wat er speelt rond AI-content en -analyse en een financieel analist moet begrijpen hoe AI forecasting verandert. Het gaat niet om één tool, maar om het geheel.
#2 Help cliënten hun ‘AI-verhaal’ duidelijk te hebben
De vrouw uit O’Donnells voorbeeld onderscheidde zich vooral met haar visie op AI. Help je cliënten om in sollicitatiegesprekken te vertellen hoe ze AI zouden inzetten in de specifieke rol waarvoor ze solliciteren. Dat is het nieuwe onderscheidende vermogen en daarmee verras je gegarandeerd de gesprekspartners aan tafel. Een onuitwisbare impact in de pocket.
#3 Benadruk vakmanschap boven technische kennis
O’Donnell gebruikt de metafoor van een gereedschapskist: iedereen krijgt dezelfde AI-tools, maar het is de werknemer die er iets bijzonders van maakt. Je kunt dus AI-cursussen volgen wat je wilt, maar als je niet laat zien dat je jouw kennis combineert met een eigen visie, is het vooral de kudde volgen. Van langdurige en strategische inzetbaarheid van AI is in ieder geval weinig sprake.
#4 Maak het bespreekbaar: de werkgever komt niet aankloppen
Veel werknemers, en zeker de wat oudere professionals, gaan ervan uit dat er op een gegeven moment ‘wel een training’ komt. Of dat het nog wel even duurt voordat ze daadwerkelijk AI moeten integreren in het werk. Werkgevers verwachten dat je veel zelf regelt. Dat blijkt ook uit de Nederlandse cijfers: lang niet alle werkgevers begeleiden werknemers in het gebruik van AI. Hoe eerder cliënten dat accepteren, hoe sneller ze zich kunnen onderscheiden.
O’Donnell voorspelt dat we nog 12 tot 18 maanden in een ‘pijnlijke contractiefase’ zitten. Daarna verwacht zij een digitale renaissance, aangedreven door AI, met allerlei nieuwe carrièremogelijkheden. Sta je straks aan de goede kant van die beweging?







