De kern van het probleem: mensen nemen hun belangrijkste loopbaanbeslissingen tijdens hun werkende leven, niet ervoor of erna. Toch is beleid overal ingericht op onderwijs en werkloosheid. Waar wél iets voor werkenden bestaat, is het versnipperd, wisselend gefinancierd en vaak beperkt tot losse pilots. En zelfs als de dienst er is, weet bijna niemand ervan.
Euroguidence Nederland: “Een interessante uitkomst van dit artikel is dat werkende volwassenen in vergelijkbare landen onvoldoende worden bereikt door de systemen voor loopbaanontwikkeling, ongeacht hoe volgroeid het begeleidingssysteem van een land is. Het dichten van die kloof vraagt om langdurige beleidsmatige inzet, sectoroverstijgende samenwerking en stabiele financiering.”
Toch vonden onderzoekers Hooley en Staunton in de negen landen genoeg voorbeelden van wat wel werkt. Op basis daarvan formuleren ze zeven principes.

#1 Bekendheid gaat aan toegang vooraf
In Estland heeft iedereen gratis recht op loopbaanbegeleiding, maar slechts 30 procent van de werkenden weet dat. Een dienst optuigen zonder hem te promoten, levert dus weinig op.Â
#2 Toegangspunten zijn belangrijk
Ierland experimenteert met avondopenstelling van loopbaanloketten, omdat standaard openingstijden nu eenmaal botsen met een werkweek. De conclusie uit het onderzoek is dat toegankelijkheid niet alleen gaat over het recht op een dienst, maar ook over een herkenbaar, vindbaar toegangspunt op een moment dat werkenden er ook echt gebruik van kunnen maken.
#3 Begin lokaal, maar stop daar niet
Plaatsgebonden dienstverlening heeft duidelijke voordelen. Lokale diensten sluiten beter aan bij de mensen die er wonen, denk aan de Nederlandse regionale werkcentra. Het onderzoek is ook kritisch. Dit type lokale diensten heeft vaak moeite met personeel vinden en vasthouden, vooral omdat financiering niet structureel is.Â

Bovendien is een plek in de buurt niet de enige plek waar mensen begeleiding nodig hebben. Vandaar het pleidooi om lokale dienstverlening nadrukkelijk aan te vullen met begeleiding op de werkvloer zelf en met onlinediensten. Denemarken en Noorwegen laten zien hoe dat eruit kan zien: hun e-coachingdiensten bieden begeleiding via chat, telefoon en mail, zodat mensen niet afhankelijk zijn van een fysiek loket in de buurt. Kortom, lokaal is een goed startpunt, maar wie het daarbij laat, sluit toch weer een deel van de werkenden uit.
#4 Targeting trekt mensen aan, maar ook een universele basis is nodig
Landen richten zich vaak op specifieke groepen: nieuwkomers op de arbeidsmarkt, laagopgeleide en flexibele werkenden, arbeidsmigranten, mensen met gezondheidsklachten, ontevreden werkenden, mensen in krimpsectoren en midlife-carrièreswitchers. Denemarken heeft bijvoorbeeld Check Your Working Life, drie sessies met dezelfde adviseur voor werkenden vanaf 25 jaar die twijfelen over hun loopbaan. Estland biedt Restart, een programma van vier workshops voor mensen die vastlopen in hun werk.
Toch is ook een brede, universele basisdienst net zo hard nodig. Denemarken experimenteerde in de gemeente Køge met drie gratis loopbaangesprekken voor alle inwoners vanaf 25 jaar, zonder voorwaarden vooraf. Meer dan 400 mensen maakten er gebruik van en de pilot wordt nu uitgebreid. Nieuw-Zeeland kende iets vergelijkbaars met de Direct Career Service, ontstaan tijdens de coronapandemie en aanvankelijk voor iedereen toegankelijk, ongeacht werkstatus. Juist die combinatie werkt: targeting trekt de juiste mensen naar binnen, maar een universele basis zorgt dat niemand vooraf wordt uitgesloten.
#5 Loopbaanontwikkeling is dagelijkse praktijk
Werkgevers en vakbonden blijken in bijna elk land de belangrijkste toegangspoort. In Nederland is dat goed te zien: de christelijke vakbond ontwikkelde eigen loopbaandienst James, met individuele begeleiding, workshops en e-coaching, ook voor niet-leden.
Vakbondsbestuurder Tjeerd Orie verwoordt het zo: voor de vakbond is loopbaanontwikkeling dagelijkse praktijk en dat maakt de bond de aangewezen partij om mensen van werk naar werk te begeleiden.

#6 Verbind begeleiding met scholing
In Estland is een gesprek met een loopbaanadviseur zelfs de voorwaarde om gratis scholing aan te vragen. Pas na dat gesprek, waarin de adviseur meekijkt welke opleiding passend is en of iemand ervoor in aanmerking komt, kan iemand zich aanmelden.
Hetzelfde geldt voor Ierland: de education training boards bieden loopbaanbegeleiding aan als onderdeel van hun bredere scholingsaanbod, met als doel mensen makkelijker te laten instromen en beter te matchen met een passend traject. Toch leidt dit soms ook voor verwarring over waar het advies ophoudt en opleidingsbelang begint.Â
#7 Technologie helpt, maar de mens blijft het hart van de dienst
Canada, Zuid-Korea en Nederland experimenteren met AI-tools zoals PathPilot en het Nederlandse CompetentNL, dat automatisch vacatureteksten scant om vaardigheden per beroep te ontsluiten. De evaluaties zijn positief, maar met een duidelijke kanttekening: AI werkt vooral goed in combinatie met een menselijke loopbaanprofessional, niet als vervanging. Gelukkig maar.Â

Wat kunnen we hier in Nederland mee?
De regionale werkcentra die de afgelopen jaren zijn opgezet, worden in het rapport genoemd als voorbeeld van hoe je versnipperde dienstverlening bundelt tot één toegangspunt. Tegelijk signaleert het rapport een risico: de financiering voor loopbaanbegeleiding aan werkenden via de vakbonden dreigt te verdwijnen, waarbij de overheid de bal bij de sectoren zelf legt. Of dat gaat lukken, is nog onduidelijk.
Het probleem zit in ieder geval niet bij het ontbreken van goede diensten. We moeten vooral kijken naar de onbekendheid, versnippering en gebrek aan structurele financiering.
Meer lezen?
- Stop met vacatures scannen: het 4-stappenplan van loopbaancoach Eva Visser
- Werkzoekenden geven recruiters een 5,6: hoe meer contact, hoe lager het cijfer







