Dat beeld komt naar voren uit recent onderzoek van onder meer de Boston Consulting Group en de University of California. Daarin wordt gesproken over AI brain fry en dat klinkt zoals het is: ons brein wordt doodmoe van werken met meerdere AI-agents tegelijk.
“Alsof ik twaalf browsertabs in mijn hoofd open heb staan”
Niet het werk zelf blijkt de grootste belasting, maar alles eromheen. De tools controleren, aansturen en vooral continu schakelen tussen systemen. Continu aandacht vragen van je brein zorgt voor onrust. “Alsof ik twaalf browsertabs in mijn hoofd open heb staan, die allemaal om aandacht strijden,” zegt een van de deelnemers uit het onderzoek. Inmiddels zegt zo’n 14 procent van de werknemers dat ze daadwerkelijk mentaal oververmoeid raken door intensief AI-gebruik.
Daar komt nog bij dat een werkdag voller wordt met AI in plaats van zonder. Taken die eerder tijd kostten en waar je rustig voor ging zitten, heb je nu in een paar seconden klaar. Daardoor komt er tijd vrij. Maar die vrijgekomen tijd lijkt zich vrijwel direct te vullen met nieuw werk. AI maakt medewerkers dus wel degelijk productiever, zo blijkt uit onderzoek van onder meer de Haas School of Business, maar je belast ze ook zwaarder. Tijd om informatie te verwerken is er bijna niet. Alles gaat sneller, maar een voldaan en afgerond gevoel neemt af.
Waar vroeger nog momenten zaten waarop het tempo even lager lag, lijkt de werkdag nu steeds meer aaneengesloten. Zelfs pauzes worden gebruikt om nog even iets te checken of een AI-tool bij te sturen. Onderzoek van onder meer TNO laat zien dat werk complexer wordt, met meer verantwoordelijkheid.
Natuurlijk is het prettig om afwisselend werk te hebben, maar doordat de lichtere taken verdwijnen geven medewerkers aan de kleine rustmomenten te missen. Juist die momenten zorgden ervoor dat het werk mentaal vol te houden bleef. Het gaf ze de ruimte om even op adem te komen.
Raken we onze kennis kwijt?
Bij één of twee tools neemt de productiviteit nog toe. Maar zodra medewerkers met meerdere AI-systemen tegelijk werken, vlakt die groei af en kan het zelfs omslaan. Het probleem zit daarom vooral in overzicht houden. Multitasking stond al langer bekend als inefficiënt, maar met AI wordt het vooral makkelijker om er tóch weer in te belanden. Wat betekent dat voor de kwaliteit van het werk op de lange termijn?
Ook studenten ervaren de minpunten van AI. Onderzoek laat zien dat lesstof minder goed blijft hangen wanneer ze dit met behulp van AI verwerken. Leren gaat dus sneller, maar vergeten ook.
De mentale druk die AI op je bordje legt kan ook de jonge generatie naar een burn-out toe begeleiden.
En voor wie denkt dat het met jongeren allemaal wel meevalt, omdat zij gewend zijn snel te schakelen, hebben we een nieuw begrip: techno-insecurity. De mentale druk die AI op je bordje legt kan ook de jonge generatie naar een burn-out toe begeleiden.
Op de werkvloer gebeurt ongeveer hetzelfde. Leun je veel op AI-tools? Dan hoef je minder zelf uit te zoeken, analyseren en onthouden. Het lijkt alsof je meer gedaan krijgt, maar je kennis raakt ook minder diep verankerd.
Werkprocessen uit een andere tijd
De verklaring ligt volgens veel onderzoekers vooral bij de manier waarop we werk inrichten. We voegen AI toe aan de bestaande processen, maar de processen zelf veranderen niet. Volgens onder meer McKinsey & Company levert dat hooguit beperkte winst op. De echte productiviteitsverbetering zit in het opnieuw inrichten van werk: beter verdelen wat mensen doen en wat technologie overneemt.
Zolang dat niet gebeurt, blijft de kans groot dat de voordelen van AI gepaard gaan met een hogere mentale belasting. Dat wringt, zeker in een arbeidsmarkt waarin werkenden juist steeds kritischer kijken naar werkdruk en balans. Niet wenselijk, want we kampen in Nederland al met een hoog aantal werknemers met burn-outklachten.

Uiteindelijk bepaalt niet de technologie, maar het menselijk brein hoeveel werk er daadwerkelijk te verwerken is.







